Onderweg naar de ambulancepost voor een vroege dienst begint het te sneeuwen. Terwijl de meesten alweer helemaal klaar zijn met het koude weer, word ik hier erg blij van! Dat belooft wat voor vandaag.
Op de post mogen we meteen uitrukken. We halen een jonge patiënt thuis op, die vanaf zijn geboorte al veel lichamelijke beperkingen heeft. Vandaag heeft hij een belangrijk gesprek in het ziekenhuis om te zien of ze als laatste redmiddel een ingrijpende operatie kunnen uitvoeren.
Bij het huisadres treffen we hem en zijn moeder
Ze zijn opgewekt. Het wordt voor hen een lange dag, maar de sfeer is positief. We brengen hen naar de polikliniek en wensen ze succes.
In de uren die volgen wordt de sneeuw alleen maar dikker. We zien steeds meer gestrande auto’s, een heleboel sneeuwpoppen en iedereen op straat loopt met een slee. Het weer verbroedert en verbindt.
We doen nog een ambulancerit tussendoor en krijgen dan de jonge patiënt weer als ritopdracht. “Dat is snel…”, denk ik nog.
Op de polikliniek staat zijn moeder met betraande ogen in de gang
Ze vertelt: “Ze gaan niets meer doen, we mogen naar huis.” De hoop en vreugde van de ochtend is verdwenen. In stilte brengen we moeder en zoon terug naar huis.
Bij de patiënt thuis moeten we ons best doen om te parkeren, door de sneeuw kunnen we nauwelijks zien waar we vanochtend stonden. Als we de jongen uit de auto willen halen, glij ik ineens weg en beland ik op mijn billen in de sneeuw.
Mijn collega begint te lachen, moeder kijkt verrast en voor het eerst hoor ik een schaterlach van de jongen.
Ik grijp een hand sneeuw en gooi een bal naar mijn collega
Vol in zijn gezicht. De patiënt giert het uit op de brancard. Inmiddels staan ook zijn vader en twee broers buiten en belanden we met de hele familie in een spontaan sneeuwballengevecht. Even is er lucht, even weer gewoon plezier.
We brengen de patiënt naar binnen en leggen hem in bed. Zijn moeder bedankt ons voordat we weer vertrekken: “Bedankt voor het stukje normaal. Het werd zo toch nog een heerlijke dag.”
Anne werkt sinds 5 jaar als verpleegkundige op de middencomplexe ambulance. Ze vertelt over de meest bijzondere momenten van haar werk, waarin ze met haar collega’s van de middencomplexe ambulance altijd net even iets meer kan betekenen voor de patiënt dan alleen medische hulp.