Het is een rustige ochtend. Samen met mijn collega zit ik met een kop koffie aan tafel te kletsen. Ineens gaat de pieper: een A0-urgentie. Dit is een melding met de hoogste prioriteit. In de ambulance zien we dat het een reanimatiemelding is van een man die ruim 80 jaar is.

Bij binnenkomst is burgerhulpverlening bezig met de reanimatie. In mijn ooghoek zie ik in de keuken een oudere vrouw op een stoel zitten, haar handen voor haar gezicht. Ik heb in deze situatie geen tijd voor de vrouw, dus vraag ik de eerste politieagent die binnenkomt om naar haar toe te gaan.

We nemen de reanimatie over en al snel komt de tweede ambulance ter plaatse. Ruim 20 minuten zijn we bezig om het leven van de man te redden. Helaas mag de hulp niet meer baten en moeten we besluiten de reanimatie te staken. Het is procedure dat we de huisarts bellen, zodat deze officieel de dood komt vaststellen.

We ruimen alle materialen op en de politie brengt de eerste spullen terug naar de ambulance. De rust keert terug in de woonkamer. Zo druk als het net was, zo stil is het nu. Je kunt een speld horen vallen.

Samen met de collega’s leggen we de man op de bank. We sluiten zijn ogen en vouwen zijn handen in elkaar. Met een laken en een deken dekken we hem toe. Het is het laatste mooie dat je voor iemand kunt doen.

Achter mij hoor ik de agent samen met de vrouw de woonkamer binnenkomen. Het immense verdriet is bij de echtgenote te zien. Op de bank ligt haar man, de man waarmee ze net nog een kopje thee heeft gedronken.

Ze loopt richting de bank, pakt zijn hand vast en begint te huilen. “Hoe kan dit nou? Is hij echt dood? Ik kan het niet geloven! Zestig jaar waren we samen, wat moet ik nu?” roept ze vol ongeloof. “Ik wil ook niet meer! Niet zonder jou!” Het verdriet gaat door merg en been.

De huisarts komt binnen, groet ons zachtjes en loopt richting de vrouw. Zij stelt vast dat meneer is overleden. De huisarts zal de zorg vanaf hier van ons overnemen.

Ik loop naar de vrouw toe en condoleer haar met het verlies van haar man. Haar gezicht is rood en over haar wangen biggelen de tranen. Ze pakt mijn hand en legt haar andere hand daar bovenop. “Dank je wel, lieverd. Ik ga hem heel erg missen, maar jullie hebben je best gedaan”. Ik slik en wens haar het allerbeste. Wanneer ik de voordeur uitloop zucht ik diep. “Bakkie doen op de post?”, hoor ik achter me. “Graag. Heel graag”.

Daniëlle werkt al ruim 12 jaar als ambulancechauffeur in Purmerend. Geen dag is hetzelfde: het ene moment draait het om snelheid en focus tijdens een spoedrit, het andere moment juist om een glimlach of een onverwacht mooi gesprek. In haar blogs geeft ze je een uniek inkijkje in het ambulancevak, gezien door de ogen van de chauffeur.

Meer blogs